Quantcast
Channel: Boek9.nl
Viewing all 5229 articles
Browse latest View live

IEPT20170410, Rb Gelderland, Holonite v Composietsteen

$
0
0

‘Eis in de hoofdzaak’ tijdig ingesteld: onderhavige kort geding waarin inzage in beslagen stukken wordt gevorderd aan te merken als hoofzaak, binnen twee maanden termijn uit beschikking hoofdzaak ingesteld. Rechtsbetrekking door slaafse nabootsing MBI 51 dorpels onvoldoende aannemelijk: eigen plaats op de markt en onderscheidend vermogen MBI 51 dorpels onvoldoende aannemelijk en hooguit slaafse nabootsing als door Composietsteen op geen enkel punt wordt afgeweken van model van Holonite, hetgeen niet het geval is. Wel rechtsbetrekking door aanwijzingen van delen know how en/of gebruiken kennis buiten samenwerking en/of handelen in strijd met postcontractuele goede trouw en redelijkheid en billijkheid. Inzage in bescheiden waarin woorden en/of combinaties en/of naam/namen voorkomen: ‘Ekosiet dorpel MBI 57’/ ‘MBI 57’, de ‘Ekosiet dorpel MBI 51’ / ‘MBI 51’, ‘MBI51’, ‘MBI57’, ‘[J]’, ‘[J2]’, ‘Holonite’, ‘Premax’ of ‘gegoten composietsteen’ betreft niet ‘bepaalde bescheiden’ en is ‘fishing expedition’. Inzage in bescheiden waarin combinatie van woorden en naam voorkomen: ‘[J]/[J2]’ én ‘MBI 51/MBI 57’ én ‘model/vormgeving/receptuur/recept/ know how/tekening’ wel voldoende bepaald. Geen gewichtige reden: verweer dat met horen [J] als getuige zelfde resultaat kan worden bevestigd slaagt niet.

PROCESRECHT

Holonite is producent en distributeur van dorpels, vensterbanken, raamdorpels en muurafdekkers vervaardigd uit composietsteen en bedient de Nederlandse, Belgische en Duitse nieuwbouw- en renovatiemarkt met standaard en op maat gemaakte gevel- en afbouwelementen. Premax dorpels, die zijn vervaardigd uit composietsteen, vormen een belangrijk deel van het assortiment van Holonit.. Een van de best verkopende Premax dorpels is de (laag reliëf) dorpel met de door Holonite zelf bedachte aanduiding MBI. Composietsteen is een groothandel en een specialist op het gebied van (gegoten) composietsteen. Op 5 december 2008 hebben Holonite en Ekosiet een intentieovereenkomst gesloten, die per 1 november 2011 werd opgezegd. Op enig moment heeft Composietsteen ook dorpels aan haar assortiment toegevoegd. Nog later heeft Composietsteen een dorpel onder de naam ‘Ekosiet dorpel MBI 51 en MBI 57’ op de markt gebracht, welke dorpel is vervaardigd uit composietsteen. Holonite heeft op 13 december 2016 ten laste van Composietsteen conservatoir bewijsbeslag gelegd. Holonite vordert nu inzage.

Het meest...


IEPT20170626, Rb Gelderland, Holonite v Composietsteen

$
0
0

Op basis van toegewezen inzage uit vonnis van 10 april 2017 (IEPT20170410) gevonden document waarin term ‘kanttekening’ voorkomt mag niet worden vrijgegeven: op basis van vonnis moet specifieke woord ‘tekening’ letterlijk in document voorkomen, en niet in combinatie of een deel uitmakend van een langer woord, zoals ‘kanttekening’.

PROCESRECHT

In het vonnis van 10 april 2017 (IEPT20170410) is de gevorderde inzage in het gelegde conservatoir bewijsbeslag bij Composietsteen toegewezen met betrekking tot bescheiden waarin combinatie van woorden en naam voorkomen: ‘[J]/[J2]’ (categorie A) én ‘MBI 51/MBI 57’ (categorie B) én ‘model/vormgeving/receptuur/recept/know how/tekening’ (categorie C). De deurwaarder heeft vervolgens opdracht gekregen uitvoering te geven aan het exhibitievonnis. Dit heeft één resultaat opgeleverd. Composietsteen heeft bezwaar gemaakt tegen de ter beschikkingstelling van dit document. Dit resultaat bevat het woord ‘kanttekening’, waarin dus het woord ‘tekening’ voorkomt. De kern van het onderhavige geschil is of het woord ‘tekening’ letterlijk in het document moet voorkomen, of dat dit ook onderdeel mag zijn van een langer en dus ander woord.

De voorzieningenrechter overweegt dat zowel één van de woorden uit categorie A als categorie B letterlijk in het geselecteerde document voorkomen. In categorie C wordt onder andere het woord ‘tekening’ vermeld. Dit met het oog op de afbakening van de selectie tot eventuele inbreuken op IE-rechten en/of de overdracht van know how, waar Holonite haar vordering (mede) op wil baseren. In deze context wordt met het woordbegrip ‘tekening’ bedoeld de technische of esthetische schets of abeelding van een ontwerp, een werkwijze of een ander geestelijk gedachtegoed. De voorzieningenrechter oordeelt dat slechts indien het woord ‘tekening’ letterlijk in een document voorkomt, in combinatie met woorden uit categorie A en B, het document voldoet aan de criteria voor vrijgave aan Holonite. Dit kan volgens de voorzieningenrechter tot geen andere conclusie leiden dan dat ook specifiek het woord ‘tekening’ in een document moet voorkomen, en niet in combinatie en een deel uitmakend van een ander langer woord, zoals bijvoorbeeld het woord ‘kanttekening’. Hier komt bij dat de betekenis van ‘tekening’ volstrekt anders is dan de betekenis van het woord ‘kanttekening’. De voorzieningenrechter merkt op dat het ‘kanttekening’ namelijk volgens de...

IEPT20170802, Rb Zeeland-West-Brabant, Bos v Drankgigant

$
0
0

Schadevergoeding van € 375,00 toegewezen voor gebruik foto op website zonder toestemming van de maker. Verweer dat foto mocht worden gebruikt nu deze op Facebook is geplaatst gaat niet op: niet aangetoond dat de fotograaf de foto op Facebook heeft geplaatst en bovendien houden voorwaarden Facebook slechts in dat geplaatste foto's door Facebook mogen worden gebruikt en door anderen mogen worden gedeeld op Facebook en dus niet dat deze mogen worden gebruikt in reclamecampagnes.

AUTEURSRECHT

Bos is professioneel fotograaf. De door hem gemaakte foto's exploiteert hij via zijn eenmanszaak Studio Rogier Bos. Bos is onder meer de maker van een foto van een rijdende PostNL vrachtwagen. Drankgigant exploiteert de website www.drankgigant.nl en heeft op deze website de genoemde foto gepubliceerd. Bos stelt dat hiermee sprake is van auteursrechtinbreuk en vordert een bedrag van € 375,00 vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad. € 56,00 .

De kantonrechter overweegt dat niet in geschil is dat Bos het auteursecht heeft op zijn foto’s en dat hij op grond van artikel 1 van de Auteurswet heeft Bos als maker van de foto het uitsluitend recht om de foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Nu voorts vaststaat dat Drankgigant de foto zonder toestemming van Bos en zonder vermelding van zijn naam als maker van de foto heeft gepubliceerd op zijn website, heeft Drankgigant volgens de kantonrechter in beginsel inbreuk gemaakt op de auteursrechten van Bos.

Drankgigant beroept zich er echter op dat de foto van Bos op Facebook was geplaatst en dat, gelet op de voorwaarden van Facebook, zij gebruik mocht maken van de foto. Dat beroep gaat volgens de kantonrechter niet op. Drankgigant heeft volgens de kantonrechter niet aangetoond dat Bos de bewuste foto heeft geplaatst op Facebook en bovendien houden de door Drankgigant aangehaalde voorwaarden van Facebook slechts in dat op Facebook geplaatste foto's door Facebook mogen worden gebruikt en door anderen mogen worden gedeeld op Facebook. Het gaat naar het oordeel van de kantonrechter dus enkel om gebruik op Facebook en een foto op Facebook geeft geen vrijbrief om te worden gebruikt voor reclamecampagnes zoals Drankgigant heeft gedaan. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van onrechtmatig handelen van Drankgigant jegens Bos op grond waarvan Drankgigant schadeplichtig is. Het door Drankgigant gestelde ontbreken van kwade opzet doet daar volgens de kantonrechter niets aan af nu ook het...

IEPT20170807, Rb Rotterdam, Making Moves v Level Up Marketing

$
0
0

Verstekvonnis. Auteursrechtinbreuk door exact overnemen afbeeldingen uit assessments. Vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, waardoor inbreukverbod en aanzien van de gehele testen wordt toegewezen. Vordering op grond van onrechtmatige daad afgewezen: concurrentie door aanbieden van gesteld inferieure tests onvoldoende om afzonderlijke onrechtmatige daad aan te nemen en geen bijkomende omstandigheden dat sprake is van zelfstandige onrechtmatige daad.

AUTEURSRECHT

Kort geding. Verstekvonnis. Volgens Making Moves, die zich bezig houdt met de ontwikkeling en exploitatie van assessmenttrainingen, maakt Level Up Marketing inbreuk op het auteursrecht op haar assessments.

De voorzieningenrechter acht voorshands aannemelijk dat de door Making Moves ontworpen afbeeldingen auteursrechtelijk beschermd zijn, nu er bij het ontwerpen van de afbeeldingen bepaalde keuzes zijn gemaakt waar zij ook andere keuzes had kunnen maken en de vormen niet als triviaal kunnen worden aangemerkt. Level Up Marketing maakt naar voorlopig oordeel inbreuk op het auteursrecht van Making Moves. De afbeeldingen van Level Up Marketing komen namelijk exact overeen met de door Making Moves ontworpen en gebruikte afbeeldingen (zie hieronder een van de getoonde sets afbeeldingen).

De auteursrechtinbreuk moet worden gestaakt. Dat de testen van Marketing Moves voor het overige, als geheel ook auteursrechtelijk beschermd zijn is in deze verstekzaak niet betwist. De vordering komt ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen. De vordering op grond van onrechtmatige daad wordt wel afgewezen, omdat de auteursrechtelijke vordering is toegewezen. Dat gedaagde concurreert met Making Moves door assessmenttrainingen aan te bieden die (volgens Making Moves) van inferieure kwaliteit zijn is onvoldoende om naast de auteursrechtinbreuk een afzonderlijke onrechtmatige daad aan te nemen. Er zijn geen bijkomende omstandigheden gesteld die ertoe leiden dat sprake is van een zelfstandige onrechtmatige daad.

De IEPT-versie volgt.

(kopie origineel vonnis)

Kan het Verenigd Koninkrijk nu wel of niet meer meedoen met de UPC?

$
0
0

BIE mei/juni 2017, p. 86-89, Stefan Molin: "Eind vorig jaar had de Britse regering al laten weten dat zij, ondanks de uitslag van het Brexit-referendum, onverminderd streefde naar ratificatie van de UPCA en het zo snel mogelijk operationeel maken van het Unified Patent Court (“UPC”). Daarmee zou het Verenigd Koninkrijk, terwijl het zijn uittreding uit de EU net in gang heeft gezet, zich onderwerpen aan de jurisdictie van het niet otot haar rechtsorde behorende UPC dat recht zal doen op basis van EU-recht, met erkenning van de voorrang van EU-recht en daarbij gebonden zal zijn aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJEU”)- een en ander ten koste van de rechtsmacht van de Britse nationale gerechten. Dit is opmerkelijk te noemen, aangezien de Britse regering tegelijkertijd zegt vastberaden te zijn “to bring an end to the jurisdiction of the Court of Justice of the European Union in the UK”, en dit zelfs tot een van de leidende beginselen heeft gemaakt voor de uittreding en het aangaan van een nieuwe relatie met de EU. Aan de vraag waarom het Verenigd Koninkrijk desondanks zou willen deelnemen aan de UPCA en daar nu zelfs vaart mee wil maken, gaat de vraag vooraf die centraal staat in deze bijdragen, namelijk of de UPCA met deelname van het Verenigd Koninkrijk wel verenigbaar zal zijn met de EU-Verdragen als het Verenigd Koninkrijk strask geen EU-lidstaat meer is."

Plausibiliteit in het octrooirecht

$
0
0

BIE mei/juni 2017, p. 89-96, Jan Pot: “Dat nationale rechters niet eerder over ‘plausibiliteit’ spraken, maakt niet dat sprake is van een nieuwe, buitenwettelijke vernietigingsgrond. De plausibiliteitseis zoals die nu wordt toegepast, is inherent aan de manier waarop het EOB conform het Europees Octrooiverdrag octrooien beoordeelt. Plausibiliteit is dan ook een aspect dat vanaf de allereerste uitspraken van de Technische Kamer van Beroep een rol speelt. Eerst in het kader van inventiviteit, alter ook bij andere aspecten van octrooieerbaarheid. Zoals de Engelse rechters hebben onderkend, betekende het EOCV voor de lidstaten een significante verandering van het materiële octrooirecht. Dat brengt ook nieuwe criteria voor de toetsing van octrooien mee. Het achterliggende principe is dat echter niet.”

Reactie op artikel over plausibiliteit in het octrooirecht van Jan Pot

$
0
0

BIE mei/juni 2017, p. 97-100, Jeroen den Hartog: “Indien een technisch effect (uiteindelijk) niet plausibel is, kan een uitvinding overigens nog steeds inventief zijn. Er is namelijk nog steeds sprake van een uitvinding indien een alternatief ter beschikking wordt gesteld aan de vakwereld, en de daartoe geclaimde maatregelen niet voor de hand liggen. Het simplistische standpunt dat als er geen technisch effect is, er ‘dus’ geen sprake kan zijn van inventiviteit kan niet rekenen op bijval van het EOB [...]. [...] Een gebrek aan inventiviteit kan alleen volgen uit de stand van de techniek; het kan niet (direct) volgen uit het feit dat een effect niet plausibel is of ontbreekt.”

Ongeoorloofde mededinging

$
0
0

BIE mei/juni 2017, p. 101-106, Bram Duivenvoorde en Allard Ringnalda: “Deze terugblik beperkt zich tot ongeoorloofde mededinging in relatie tot industriële eigendom. Concreet houdt dat in dat bijvoorbeeld oneerlijke handelspraktijken (Richtlijn 2005/29/EG en artikel 6:193a-j BW) buiten deze bespreking vallen. Voorlopig lijkt de Hoge Raad van oordeel dat slaafse nabootsing niet valt onder de reikwijdte van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken, hoewel die discussie nog niet definitief beslecht lijkt te zijn.”


IEPT20170804, Rb Amsterdam, Zoom in v MN

$
0
0

Vorderingen Zoom.in in nieuw executiegeschil over vonnissen (IEPT20170601) en (IEPT20170711) waarin Zoom.in is veroordeeld om MN toegang te verlenen tot haar CMS afgewezen: eventuele schrijffouten niet aangemerkt als substantiële fouten, enige element dat Zoom.in heeft toegevoegd aan betoog dat zij van Youtube geen "Content Owner" bevoegdheden mag toekennen aan MN zijn e-mail berichten van Youtube waaruit niet duidelijk blijkt dat Youtube relatie met Zoom.in zal verbreken of Zoom.in anderszins in een noodtoestand zal komen bij verschaffing toegang. Dwangsommen verdubbeld: voldoende blijk van onwil om aan veroordeling te voldoen.

PROCESRECHT

Kort geding. Nieuw executiegeschil. Zoom.in is een Nederlands bedrijf dat onder meer diensten verleent aan videomakers die hun eigen filmpjes online zetten via YouTube. MN is een Brits bedrijf dat zich richt op de exploitatie van YouTube-kanalen. Partijen zijn in 2014 gaan samenwerken, waarbij Zoom.in MN een groter platform zou bieden om haar kanalen te openbaren en eenvoudiger te beheren, via het CMS van Zoom.in. Nadat Youtube in 2016 aankondigde het beleid rond zogenoemde Multi Channel Networks zou aanscherpen, zijn tussen partijen geschillen ontstaan. Zoom.in heeft kanalen van MN ‘verhangen’ naar Zoom.in omdat het nieuwe beleid daar volgens haar toe noopte. Deze geschillen hebben geleid tot een uitspraak in kort geding van de rechtbank Amsterdam (IEPT20170601), waarin de voorzieningenrechter onder meer oordeelde dat MN weer toegang moest krijgen tot het CMS zodanig dat MN dezelfde mogelijkheden verkreeg als die zij had op 1 november 2016 om kanalen te managen, waaronder het recht haar inkomsten te beheren. Dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag met een maximum van 500.000,-. Daarnaast werd Zoom.in veroordeeld achterstallige-reclame inkomsten te betalen. In een executiegeschil van 11 juli 2017 (IEPT20170711) werd de gevorderde schorsing van de executie van het vonnis van 1 juni grotendeels afgewezen.

De voorzieningenrechter overweegt dat Zoom.in met een nieuw executiegeschil op komt tegen de vonnissen in kort geding van 1 juni 2017 en 11 juli 2017 en dat hierbij het uitgangspunt is dat een herbeoordeling van de vorderingen wegens het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet dient plaats te vinden. Volgens de voorzieningenrechter moet voorkomen moet worden dat deze procedure dient als verkapt hoger beroep. Van belang is dat slechts relevante nieuwe feiten en/of omstandigheden die een...

Germany, a legal report 2016 Trademarks, designs and unfair competition part 2

$
0
0

BIE mei/juni 2017, p. 106-108, Ulrich Hildebrandt: “It is an EU wide problem to harmonize certain provisions in unfair competition law and trademark law, namely the protection against a deception of origin. Recently, the BGH had a case where the owner of a younger right tried to base its claim against the owner of an older right on unfair competition law. The BGH missed the opportunity to have the related questions clarified by the CJEU but instead decided by itself ‘The application of unfair competition provisions for the protection against a deception of origin according to §5(1)2 No.1 and (2) UWG has to avoid contradictions with trademark law on a case-by-case basis.”

Disney to start own streaming service and end Netflix deal

$
0
0

The Verge bericht: "Disney will end its distribution deal with Netflix and launch its own streaming service, the company announced today. It intends to launch the service in 2019.

Netflix won’t lose its Disney movies right away. Disney says it plans to cut Netflix off starting with the studio’s 2019 films, and Netflix says it’ll be able to keep all the Disney movies it gets through the end of that year. That means Netflix should be able to stream the next two Star Wars movies, but it’ll miss out on the new trilogy’s final installment. “We continue to do business with the Walt Disney Company on many fronts, including our ongoing deal with Marvel TV,” said a spokesperson for Netflix."

Lees het volledige bericht hier.

IEPT20170530, Rb Rotterdam, Dwangsommen verbeurd

$
0
0

Dwangsommen mochten worden geëxecuteerd: voldoende aannemelijk dat gedaagden er in de bodemprocedure in zullen slagen om aan te tonen dat eisers niet volledig hebben voldaan aan het verbod om uitlatingen te doen die gedaagden in verband brengen met strafbare feiten en het aan het gebod om bepaalde publicaties te verwijderen.

PROCESRECHT

Kort geding. Executiegeschil. Gedaagden hebben gezamenlijk een advocatenkantoor gerund. Eisers zijn cliënt geweest bij het kantoor. Eisers hebben zich vervolgens negatief uitgelaten over hun advocaat en over het kantoor. Bij arrest van 28 mei 2013 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (niet gepubliceerd) eisers onder meer verboden om uitlatingen te doen over de advocaat of het kantoor en geboden om publicaties (onder meer een rapport) te verwijderen, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom. Gedaagden hebben vervolgens executoriaal (derden)beslag doen leggen. In het onderhavige geding vorderen eisers onder meer gedaagden op te dragen onmiddellijk te stoppen met deze beslagen, en alle reeds geïncasseerde gelden terug te betalen.

De voorzieningenrechter overweegt dat eisers hun vorderingen in de eerste plaats baseren op de stelling dat een rapport uit de eerdere procedure vervalst zou zijn. Tussen partijen is niet in geschil dat van het rapport meerdere versies in omloop zijn. Volgens de voorzieningenrechter is niet duidelijk wie verantwoordelijk is geweest voor het produceren van een afwijkende versie, en dient een kort geding zich niet voor nadere bewijslevering hieromtrent. Bovendien is volgens de voorzieningenrechter niet gebleken dat het hof zijn oordeel heeft gebaseerd op de afwijkende versie. Bovendien verschilt de afwijkende versie niet wezenlijk van het origineel en raken de verschillen niet de kern van het rapport, oordeelt de voorzieningenrechter. Het betoog van eisers wordt derhalve niet gevolgd.

Vervolgens komt de voorzieningenrechter toe aan de vraag of dwangsommen zijn verbeurd. De voorzieningenrechter overweegt dat onweersproken is gesteld dat het genoemde rapport thans nog steeds in de Koninklijke Bibliotheek ter inzage ligt en daartoe gereserveerd kan worden. Dat maakt het mogelijk dat een ieder het rapport kan kopiëren en verspreiden. Het hof heeft geoordeeld dat eisers met het plaatsen van enkele publicaties, waaronder het rapport, onrechtmatig hebben gehandeld jegens gedaagden omdat de publicaties ten onrechte insinueren dat de advocaat strafbare feiten heeft gepleegd.

...

IEPT20170801, Hof Den Haag, BRRLS

$
0
0

Terecht geoordeeld dat rechtsgrond en belang bij door gestelde licentienemer gevorderd inbreukverbod ontbrak: bestaan licentieovereenkomst gelet op betwisting onvoldoende onderbouwd, licentiehouder bovendien niet bevoegd om verbodsactie in te stellen en gestelde inbreuk vond plaatst voor sluiten gestelde licentieovereenkomst. Vonnis rechtbank vernietigd voor zover appellant is veroordeeld in € 13.451 aan proceskosten: indicatietarief van € 8.000 euro toegepast nu sprake is van een eenvoudige bodemzaak.

MERKENRECHT - PROCESRECHT

Hoger beroep tegen (IEPT20141210). Appellant heeft in eerste aanleg gevorderd geïntimeerde sub 2 na een beëindigde (voorgenomen) samenwerking te verbieden inbreuk te maken op de Beneluxwoord-/beeldmerken, die de woorden ‘070BORREL’, ‘BRRLS’, ‘020BORREL’ en ‘010BORREL’ bevatten door het gebruik van de tekens ‘070BORREL’, ‘BRRLS’, ‘020BORREL’ en ‘010BORREL’, en daarmee overeenstemmende tekens bij de organisatie van netwerkborrels. De rechtbank heeft de vorderingen van appellant afgewezen en appellant veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van geïntimeerde sub 2 ex artikel 1019h Rv begroot op € 13.451,94.

Grief 1 zich richt tegen het oordeel van de rechtbank dat een rechtsgrond en (daarmee) belang aan het gevorderde verbod van merkinbreuk ontbreken. Appellant stelt dat hij op grond van een gestelde merkenlicentieovereenkomst van 30 augustus 2013 gerechtigd is de genoemde merken te gebruiken en een zelfstandig recht en belang heeft bij het gevorderde inbreukverbod. Gelet op de betwisting van het bestaan van die overeenkomst en in aanmerking nemende dat appellant zelf stelt dat hij geen bemoeienis en belangen meer heeft bij de organisatie van netwerkborrels – hetgeen volgens het hof in strijd lijkt met het bestaan van een licentie en belang bij een inbreukverbod - had het naar het oordeel van het hof op de weg van appellant gelegen om zijn stelling dat hij een licentieovereenkomst is aangegaan nader te onderbouwen. Nu hij dat heeft nagelaten, gaat het hof aan deze stelling als onvoldoende onderbouwd voorbij.

Bovendien oordeelt het hof dat ook als wel sprake zou zijn van een licentieovereenkomst, de licentiehouder niet bevoegd is een verbodsactie in te stellen maar slechts bevoegd is onder bepaalde voorwaarden een vordering tot schadevergoeding of winstafdracht in te stellen (artikel 2.32 BVIE). Ook om die reden kan het gevorderde merkinbreukverbod naar het oordeel van het hof...

IEPT20170724, Rb Gelderland, Achternaam als handelsnaam

$
0
0

Zoon van oprichter familiebedrijf mag zijn achternaam niet als handelsnaam voor nieuw opgerichte onderneming gebruiken nadat het familiebedrijf is overgenomen door eiseres: verwarringsgevaar te duchten nu in beide handelsnamen de elementen ‘[naam]’ en ‘Grond en Sloopwerk’ voorkomen en ondernemingen zijn gevestigd in aangrenzende gemeenten, eiseres heeft oudere handelsnaamrechten, omstandigheid dat de gebruikte handelsnaam de achternaam van gedaagde is maakte dit niet anders nu familiebedrijf inclusief handelsnaam is verkocht en voldoende recht en spoedeisend belang bij verbod ondanks aanwijzingen dat inbreuk reeds is gestaakt. Geen onrechtmatige daad door oprichten concurrerende onderneming en benadering klanten.

HANDELSNAAMRECHT - ONRECHTMATIGE DAAD

Kort geding. In de jaren 90 is door de vader van gedaagde - onder diens naam, met daarbij de toevoeging ‘Grond en Sloopwerken’ - een onderneming opgericht. De onderneming - die in 2012 is overgenomen - houdt zich bezig met het uitvoeren van sloopwerk en infrastructurele werken, en is eiseres in het onderhavige geschil. Gedaagde heeft op 13 april 2017 zijn dienstverband bij de onderneming opgezegd, na er vanaf zijn 15e te hebben gewerkt. Op 18 april heeft hij vervolgens de eenmanszaak [naam gedaagde] Grond en Sloopwerk laten registreren bij de KvK. Eiseres vordert onder meer een inbreukverbod op haar handelsnaam alsmede een concurrentieverbod. Gedaagde heeft de naam van zijn onderneming voor de zitting gewijzigd.

De voorzieningenrechter overweegt dat nu in beide namen de elementen ‘[naam]’ en ‘Grond- en Sloopwerk’ voorkomen, terwijl de onder die namen gedreven ondernemingen gevestigd zijn in gemeenten die aan elkaar grenzen, voldoende aannemelijk is dat verwarring tussen deze ondernemingen te duchten is bij het daarvoor in aanmerking komende publiek. Nu tussen partijen niet in geschil is dat eiseres haar handelsnaam rechtmatig voert, en dit al deed ruim voordat gedaagde zijn onderneming begon, verbiedt artikel 5 Handelsnaamwet gedaagde de handelsnaam in kwestie te gebruiken. Dit wordt volgens de voorzieningenrechter niet anders nu het gaat om de achternaam van gedaagde. Het gaat volgens de voorzieningenrechter om een familiebedrijf dat is opgericht door de vader van gedaagde en dat aan de huidige eigenaar is verkocht inclusief de handelsnaam met daarin de familienaam.

Nu vaststaat dat gedaagde zijn onderneming bij de KvK heeft ingeschreven onder de inbreukmakende handelsnaam...

Nintendo aangeklaagd voor octrooi-inbreuk Switch-controllers

$
0
0

Engadget bericht: "The Nintendo Switch certainly isn't the first gaming tablet, but is it directly riffing on others' ideas? Gamevice thinks so. The accessory maker is suing Nintendo for allegedly violating a patent for concepts used in the Wikipad, its gaming-oriented Android slate, as well as its namesake add-on controllers for phones and tablets. According to the suit, the Switch and its removable Joy-Con controllers are too close to Gamevice's vision of a combination of detachable game controller and a device with a "flexible bridge section." Not surprisingly, the lawsuit calls for both damages and a ban on Switch sales."

Lees hier meer.

Bekijk het octrooi van Gamevice hier.


Geschil tussen wijnimporteur en Ilja Gort over merknaam voor rode wijn

$
0
0

Nu.nl bericht: "Wijnimporteur LFE uit Maartensdijk is in botsing gekomen met de bekende wijnmaker en tv-persoonlijkheid Ilja Gort. De partijen treffen elkaar maandagochtend voor de rechter in Utrecht, zegt directeur Marcel Kerkmeester van LFE.

Het conflict draait om een woordgrap in de naam van een rodewijnsoort. Kerkmeester wil vooruitlopend op het kort geding niet precies zeggen om welke wijn het gaat." [...]

Lees het gehele bericht hier.

Karakter ´Striker Lucian´ uit online game League of Legends lijkt te veel op Edgar Davids

$
0
0
Het Parool bericht: "Oud-profvoetballer Edgar Davids heeft van de Amsterdamse rechtbank gelijk gekregen: een poppetje in een online computerspel lijkt zoveel op Davids, dat hij daarvoor moet worden gecompenseerd. Davids had geprotesteerd omdat in het spel League of Legends een spelkarakter beschikbaar is dat wel erg veel op hem lijkt: donkere huidskleur, rastahaar, gespierd postuur, agressieve speelstijl én de bekende sportbril. Ook de rechter concludeerde dat 'Striker Lucian' gebaseerd was op Davids.

[..]

De rechter oordeelde bovendien dat Davids als ex-profvoetballer belang heeft bij het voorkomen van gratis gebruik van zijn portretrecht. Hij heeft immers een 'verzilverbare populariteit.' De rechter heeft Riot Games nu bevolen om met accountantsstukken aan te tonen hoeveel met Striker Lucian is verdiend. Op basis daarvan zal een schadevergoeding worden vastgesteld."

Lees hier meer...

IEPT20170809, Rb Amsterdam, Riot Games

$
0
0

In League of Legends gebruikte ‘skin’ Striker Lucian maakt inbreuk op portretrecht Edgar Davids: donkere huidskleur, sportief postuur, agressieve speelstijl, zwarte dreadlocks en een sportbril, gecombineerd met een voetbaluniform maken Striker Lucian tot een portret van Edgar Davids en de verzilverbare populariteit die Edgar Davids geniet vormt een redelijk belang zich tegen de commerciële exploitatie van zijn portret te verzetten.

PORTRETRECHT

Riot Games maakt onderdeel uit van de Riot Games Groep, dat het computerspel “League of Legends” (hierna: LoL) ontwikkelt en exploiteert. Spelers besturen ieder een virtueel karakter (champion) en het doel van het spel is (in de standaard variant) om als team van spelers de basis van het team van de tegenstanders te veroveren. Spelers kunnen een roulerend, beperkt aantal champions gratis spelen of – tegen betaling – een champion aanschaffen. Het uiterlijk van een champion kan door speler worden aangepast door middel van door Riot Games Groep verkochte “skins”. Voor de champion genaamd Lucian kunnen spelers de “Striker” skin aanschaffen (hierna: Striker Lucian). Volgens oud-voetballer Edgar Davids wordt met Stiker Lucian inbreuk gemaakt op zijn portretrecht.

De rechtbank is het met Davids eens. Overwogen wordt dat een openbaarmaking van een niet in opdracht vervaardigd portret ongeoorloofd is op grond van artikel 21 Auteurswet (Aw) voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich tegen openbaarmaking verzet. Het is volgens de rechtbank de combinatie van de elementen - een donkere huidskleur, sportief postuur, agressieve speelstijl, zwarte dreadlocks en een sportbril, gecombineerd met een voetbaluniform - die de skin Striker Lucian tot een portret van Edgar Davids maakt. Het publiek zal volgens de rechtbank in met name de gedetailleerde illustraties van Striker Lucian een afbeelding van Davids herkennen. Dat blijkt naar het oordeel van de rechtbank alleen al uit de reacties op twitter, waar verschillende personen schrijven Davids te herkennen in Striker Lucian. Dat wordt volgens de rechtbank versterkt doordat Edgar Davids vanuit Riot Games zelf in een twitterbericht expliciet wordt genoemd als inspiratie voor Striker Lucian. De rechtbank maakt hieruit op dat ook Riot Games heeft kennelijk de bedoeling gehad te suggereren dat Striker Lucian een afbeelding was van Edgar Davids. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de skin rond en naar aanleiding van het wereldkampioenschap...

IEPT20170124, Hof Den Haag, ITT v Karl Dungs

$
0
0

Geen spoedeisend belang bij vorderingen omtrent inbreuk op merk DUNGS op website www.dungs.nl nu te lang is gewacht met optreden: nadat op 9 juli 2014 duidelijk werd dat WIPO-procedure over domeinnaamgeschil niet kon worden geëffectueerd is pas op 8 maart 2016 dagvaarding in kort geding ingesteld.

PROCESRECHT

Hoger beroep in kort geding (bestreden vonnis niet gepubliceerd). Eiser Karl Dungs is een producent van brandersystemen en brander managementsystemen onder het merk DUNGS via de website www.dungs.com. Onder het domein www.dungs.nl is op het internet een webpagina toegankelijk die onderdeel uitmaakt van de website van gedaagde ITT. Op de webpagina worden artikelen van het merk DUNGS aangeboden. Op 6 mei 2014 is door het WIPO in een domeinnaam geschillenregeling geoordeeld dat de domeinnaam dient te worden overgedragen aan Karl Dungs. ITT c.s. hebben in de bodemprocedure betoogd dat de uitspraak in de WIPO-procedure onjuist was en dat Karl Dungs onrechtmatig jegens hen handelde dan wel ongerechtvaardigd verrijkt werd als zij zich op grond van die uitspraak de domeinnaam liet overdragen. De rechtbank heeft de vorderingen van ITT c.s. in de bodemprocedure op 16 december 2015 (IEPT20151216) afgewezen. Tegen dit vonnis loopt een hoger beroep.

Daar de SIDN niet meewerkt aan wijziging van een registratie waarover bij de WIPO dan wel de Nederlandse rechter een procedure met betrekking tot het houderschap van een domeinnaam aanhangig is, kan Karl Dungs de uitspraak van de WIPO op dit moment niet effectueren. Karl Dungs heeft in dit kort geding, kort gezegd en voor zover thans nog relevant, gevorderd ITT te bevelen iedere inbreuk op het Merk te staken en gestaakt te houden, met nevenvorderingen. De voorzieningenrechter (vonnis niet gepubliceerd) heeft ITT bevolen voor de duur van de bevriezing van de domeinnaam op grond van de Geschillenregeling iedere inbreuk in de Europese Unie op het Merk te staken en gestaakt te houden en niet te gebruiken voor de webpagina en/of de website, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. Het onderhavige arrest betreft het hoger beroep tegen dit vonnis.

Het hof oordeelt dat met ITT dat Karl Dungs zolang heeft gewacht met het optreden tegen de gestelde inbreuk nadat haar was gebleken dat de uitspraak in de WIPO-procedure niet kon worden geeffectueerd, dat geen spoedeisend belang bij het gevorderde inbreukverbod kan worden aangenomen. Het hof overweegt dat Karl Dungs weliswaar in dit kort geding een...

Rechtszaak tussen Ilja Gort en LFE gaat over wijnen ZoMerlot en Sum-merlot

$
0
0

(Zie eerder B915078) Nu.nl bericht: "Presentator en wijnboer Ilja Gort vindt de rechtszaak over de overeenkomst tussen de twee wijnsoorten ZoMerlot en Sum-merlot onnodig […]

Sum-merlot is eind vorig jaar als merk gedeponeerd, maar de wijn is nog niet gebotteld. De advocaten van LFE hebben de afgelopen maanden meerdere keren geprobeerd eruit te komen met Château de la Garde, maar tevergeefs.

De advocaten van Château de la Garde - Ilja Gort zelf was niet aanwezig in de Utrechtse rechtbank - lieten duidelijk merken het nut van het kort geding niet in te zien.''We hebben het hier over een eenmalige editie, alleen deze zomer ligt ZoMerlot in de winkels. Het is een editie onder de vlag van La Tulipe, geen merk", aldus de advocaat. Hij had het over een ''storm in een glas water", of in dit geval ''een storm in een glas wijn"".

Lees het volledige bericht hier.

Viewing all 5229 articles
Browse latest View live