Quantcast
Channel: Boek9.nl
Viewing all 5229 articles
Browse latest View live

IEPT20170725, Hof Amsterdam, Scoezh v Buma

$
0
0

Buma hoeft niet te gedogen dat Scoezh op Fresh FM weer Buma-repertoire zal uitzenden: voldoende aannemelijk dat Scoezh wist van en meewerkte aan eerdere inbreukmakende webcasting, Buma mag eisen dat over het verleden wordt afgerekend, Buma mag een behoorlijk onderbouwde opgave van reclame-inkomsten verlangen, Scoezh heeft het bedrag dat zij erkent schuldig te zijn nog niet betaald en eis dat oud-bestuurder op geen enkele wijze bij Scoezh betrokken mag zijn gaat weliswaar te ver maar kan niet leiden tot toewijzing vordering.

AUTEURSRECHT

Hoger beroept tegen (IEPT20161012), waarin de voorzieningenrechter oordeelde dat door Buma gestelde eisen voor het verlenen nieuwe licentie aan Scoezh gelet op negatieve ervaringen met Fresh FM niet onredelijk zijn. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis.

Het hof is van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat Scoezh wist van en meewerkte aan eerdere webcasting van Fresh FM. Dat de webcasting zich uitstrekte tot Buma-repertoire en dat hiervoor geen licentie bestond of bestaat en geen licentievergoeding is/wordt betaald staat vast. In gevallen als dit is voor opheffing van de onrechtmatigheid naar het oordeel van het hof in het algemeen noodzakelijk en voldoende dat een licentie wordt verkregen en vergoedingen worden betaald. De webcasting was dus inbreukmakend en Scoezh was daarvoor, naar voorshands aannemelijk is, medeverantwoordelijk.

Volgens het hof geldt dat dat de verplichting waarvan Buma nakoming wenst alvorens zij instemt met een licentie en voortzetting van de webcasting van Fresh FM ziet op het afdragen van die licentievergoedingen voor auteursrechtelijk beschermde werken in het verleden. Buma hoeft naar het oordeel van het hof, nu zij in dit kort geding voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Scoezh mede verantwoordelijk is voor de webcasting niet te dulden dat die, onrechtmatige, webcasting voortgaat en mag daarbij vergen dat over het verleden wordt afgerekend.

Daarnaast mag Buma naar het oordeel van het hof in redelijkheid een behoorlijk onderbouwde opgave verlangen van reclame-inkomsten. Zij misbruikt haar positie als monopolist niet door daaraan, in het belang van de daadwerkelijk auteursrechthebbenden, haar aangeslotenen, vast te houden. Daarbij komt volgens het hof bovendien dat Scoezh, hoewel zij erkent een bedrag van tenminste € 76.506,- verschuldigd te zijn, dat tot dusver niet daadwerkelijk heeft betaald en ook niet te betalen heeft aangeboden; zij biedt een lager bedrag aan....


IEPT20170810, Rb Den Haag, Euromast

$
0
0

NapPas heeft geen gebruik gemaakt van bij tussenvonnis (IEPT20170125) in vrijwaringszaak geboden mogelijkheid tot bewijslevering van stelling dat Euromast heeft ingestemd met verminking Euromast-foto en ontbreken naamsvermelding daarbij: schade als gevolg daarvan blijft derhalve voor haar rekening.

PROCESRECHT

Zie eerder het tussenvonnis (IEPT20170125). ln de hoofdzaak is overwogen dat NapPas inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de maker van een vanaf de Euromast genomen foto, en dat NapPas uit dien hoofde gehouden is de schade te vergoeden die deze fotograaf daardoor heeft geleden, begroot op € 1.750,-. In de vrijwaringszaak is samengevat overwogen dat Euromast in beginsel aansprakelijk is voor de door NapPas als gevolg van haar inbreuk op de rechten van Van Loo geleden schade wat betreft de verveelvoudiging van de Euromast-foto. Daarnaast is NapPas opgedragen bewijs te leveren van haar stelling dat Euromast heeft ingestemd met de verminking van de Euromast-foto en het ontbreken van de naamsvermelding daarbij, in welk geval Euromast in beginsel eveneens de schade als gevolg daarvan aan NapPas zou dienen te vergoeden.

NapPas heeft vervolgens echter geen akte genomen noch uitstel gevraagd. De kantonrechter constateert dat NapPas geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot bewijslevering, en dus komt niet vast te staan dat Euromast heeft ingestemd met de verminking van de Euromast-foto en het ontbreken van de naamsvermelding daarbij. De schade die NapPas heeft geleden als gevolg daarvan moet volgens de kantonrechter dus voor haar eigen rekening blijven.

In het tussenvonnis was reeds geoordeeld dat indien NapPas niet zou slagen in haar bewijs, de schade als gevolg van de verminking en de ontbrekende naamsvermelding niet zou kunnen worden afgewenteld op Euromast en dat in dat geval een bedrag van € 1.646,44 toewijsbaar zijn aan NapPas.

Dit leidt tot de volgende slotsom: de kantonrechter veroordeelt NapPas in de hoofdzaak tot betaling van € 1.750,- aan de fotograaf alsmede in de kosten van de procedure (tot op heden aan de zijde van de fotograaf begroot op € 2.640,50) en in veroordeelt Euromast in de vrijwaringszaak tot betaling van €1.646,44 aan NapPas.

De IEPT-versie volgt.

(kopie uitspraak)

IEPT20170725, Hof Amsterdam, Ziggo v Fox en EMM

$
0
0

Ziggo mag ook oud UPC-abonnees bedienen onder met EMM/FOX gesloten distributieovereenkomst: taalkundige uitleg overeenkomst als uitgangspunt nu deze na gedetailleerde onderhandelingen en bijstand van bedrijfsjuristen is gesloten tussen zakelijke partijen met grote financiële belangen, taalkundige betekenis ‘future subsidiaries’ brengt mee dat Ziggo Services (voorheen UPC) onder de overeenkomst valt, argumenten tegen taalkundige uitleg niet gevolgd en ook belangenafweging leidt niet tot ander oordeel nu beide partijen gerechtvaardigd financieel belang hebben.

DISTRIBUTIEOVEREENKOMST

Hoger beroep tegen uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juni (20170629). Het geschil gaat in de kern om de vraag of Ziggo het recht heeft ook abonnees van Ziggo Services (voorheen UPC) te bedienen van Fox Sports nadat de looptijd van de voor bepaalde tijd met UPC gesloten distributieovereenkomst op 31 juli 2017 is verstreken. EMM/FOX wil een nieuwe overeenkomst met Ziggo Services aangaan onder gewijzigde voorwaarden op basis van nieuw distributiemodel. Ziggo Services verwerpt de nieuwe voorwaarden en wil de uitzendingen van FOX Sports voortzetten onder de t/m 31 juli 2020 voortdurende overeenkomst tussen EMM/FOX en Ziggo. Of dit kan hangt af van het antwoord op de vraag of Ziggo Services kan worden aangemerkt als een ‘future subsidiary’ van Ziggo in de zin van die overeenkomst.

Het hof overweegt dat bij de uitleg is van belang dat de bepaling deel uitmaakt van een commerciële transactie tussen zakelijke partijen waarbij grote financiële belangen op het spel staan. De precieze formulering is het resultaat van gedetailleerde onderhandelingen waarbij beide partijen bijgestaan door gespecialiseerde bedrijfsjuristen. Onder deze omstandigheden valt volgens het hof aan te nemen dat de bodemrechter de (toepasselijke) Haviltexmaatstaf aldus zal toepassen, dat hij bij de uitleg als uitgangspunt beslissend gewicht toekent aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van die bepaling.

Het hof stelt dat partijen het erover eens zijn dat de taalkundige betekenis van “future subsidiaries” “toekomstige dochterondernemingen” is. Evenmin is in geschil dat Ziggo Services op 7 juli jl. een 100% dochteronderneming van Ziggo is geworden. De meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de bepaling brengt volgens het hof dan ook mee dat Ziggo Services sinds 7 juli 2017 onder de bepaling van de bepaling uit de distributieovereenkomst met...

IEPT20170726, Rb Amsterdam, Spinnin Records

$
0
0

DJ verplicht om tijdens contractsperiode gereed gekomen producten exclusief aan Spinnin Records aan te bieden. Bij Universal uitgebrachte Instrumental Mix was gereed voor het einde van contractsperiode bij Spinnin Records: nummer vertoont grote overeenkomsten met binnen contractsperiode live ten gehore gebrachte versie. Dit geldt niet voor de vocale versies: onweersproken gesteld dat na eindigen contractsperiode nog vocale, muzikale en compositorische wijzigingen zijn aangebracht. Partijen mogen zich bij akte uitlaten over vraag of verschillende versies van het nummer als één productie moeten worden beschouwd.

IE-VERBINTENISSENRECHT

Tussenvonnis. Spinnin Records is een platenlabel, gespecialiseerd in “electronic dance music”. Gedaagde is actief als DJ en producer sinds 2008. Partijen hebben een ‘exclusieve producers overeenkomst’ gesloten voor de periode van 1 december 2009 tot 1 december 2011. Het geschil betreft de vraag of (versies van) een nummer dat na deze periode is uitgebracht al gereed waren binnen de contractsperiode en moeten worden beschouwd als productied die vallen binnen de exclusieve overeenkomst met Spinnin Records.

De rechtbank oordeelt dat dit bij de Instrumental Mix van het nummer wel het geval is. Dit nummer vertoont volgens de rechtbank grote overeenkomsten met een binnen de contractsperiode live ten gehore gebrachte versie. Voor de vocale versies geldt volgens de rechtbank echter dat Spinnin Records onvoldoende heeft onderbouwd dat deze nummers/versies al tijdens de contractperiode gereed waren. De DJ heeft onweersproken gesteld dat er in 2012 nog volledig nieuwe vocalen en teksten bij zijn gekomen en dat er nog muzikale en compositorische wijzigingen zijn aangebracht.

De rechtbank overweegt dat zich vervolgens de vraag voordoet of de Instrumental Mix als een op zichzelf staand product kan/moet worden beschouwd die onder de overeenkomst valt of dat de Instrumental Mix onderdeel van het geheel van de vijf versies van het nummer vormt en dat dit geheel als één product in de zin van de overeenkomst moet worden beschouwd. De rechtbank stelt beide partijen in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten over het antwoord op deze vraag.

IEPT20170726, Rb Amsterdam, Spinnin Records

ECLI:NL:RBAMS:2017:5382

IEPT20170815, Hof Amsterdam, De Volkskrant

$
0
0

Stelling Volkskrant dat voorzieningenrechter bij beoordeling paginabrede foto op voorpagina waarop geïntimideerde wordt gecontroleerd door Marechaussee met daarbij de kop “Is Schiphol nog veilig”, ten onrechte de context niet heeft meegewogen niet gevolgd: foto en kop worden als eerste waargenomen, geïntimideerde duidelijk herkenbaar op foto die zonder zijn medeweten of toestemming is gemaakt, door Volkskrant genoemde context van etnisch profileren komt in het artikel niet terug. Omstandigheid dat geïntimeerde zelf zijn naam aan de foto heeft verbonden en publiciteit heeft gezocht doet niet af aan onrechtmatigheid publicatie. Geen sprake van “chilling effect”: niet aannemelijk dat media en fotografen zich door het vonnis en dit arrest in de toekomst bij het publiceren en maken van foto’s meer geremd zullen voelen.

PUBLICATIE

Hoger beroep tegen (IEPT20160914). Ter herinnering: Op 16 augustus 2016 is op de voorpagina van De Volkskrant een paginabrede foto afgedrukt waarop het gezicht van geïntimeerde is te zien terwijl hij op de bestuurdersplaats in de auto zit. Hij spreekt op dat moment met een lid van de Koninklijke Marechaussee. Op de achtergrond zijn twee zwaar bewapende militairen te zien en verder weg de ingang van de Schipholtunnel. Op de foto is in grote letters de tekst afgedrukt: “Is Schiphol nog veilig?”. Daarnaast staat in kleinere letters de tekst: “Na de marechaussee wordt nu het leger ingezet voor de extra bewaking van Schiphol. Wat staat de reiziger nog meer te wachten - en helpt het?”. Verwezen wordt naar een artikel op de pagina’s 4 en 5, dat gaat over de beveiliging van Schiphol. Bij de foto is het volgende onderschrift geplaatst: “Marechaussees en militairen voeren maandag controles uit op de toegangsweg naar luchthaven Schiphol.” In kort geding oordeelde de voorzieningenrechter dat hiermee sprake was van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van geïntimideerde die zwaarder weegt dan de belangen van De Volkskrant bij persvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

De Volkskrant verwijt de voorzieningenrechter maakt onder meer dat hij de indruk van de publicatie onjuist heeft geïnterpreteerd door daarbij alleen de kop boven het artikel te betrekken en geen acht te slaan op de bredere context. Het hof neemt tot uitgangspunt dat in een publicatie de foto en de kop in beginsel het meest in het oog springen en daarom door de lezers in het algemeen als eerste worden waargenomen. Het hof overweegt...

IEPT20170803, Rb Noord-Holland, Het Werkstation

$
0
0

Gebruik naam ‘Werkstation’ kan leiden tot (indirecte) verwarring bij publiek tussen Het Werkstation in Haarlem en Het Werkstation in Heerhugowaard ondanks dat activiteiten niet geheel vergelijkbaar zijn: publiek bestaat niet alleen uit professionals die in staat zijn direct onderscheid te maken tussen beide partijen, de term ‘Werkstation’ heeft onderscheidend vermogen en is niet beschrijvend voor de activiteiten van partijen, partijen zijn in de zakelijke dienstverlening actief en zijn deels actief in hetzelfde geografische gebied. Het staken van het gebruik van het lidwoord door verweerster is onvoldoende zwaarwegend: in het normale spraakgebruik ligt de nadruk op ‘Werkstation’ en minder op ‘het’. Het gebruik van overeenkomstige domeinnaam leidt eveneens tot verwarring: na zoekopdracht op ‘Werkstation’ worden de websites van beide partijen onder elkaar getoond.

HANDELSNAAMRECHT

Zaak tussen twee ondernemingen die dezelfde naam, Het Werkstation, dragen. Verzoekster is een onderneming op het gebied van van werving en selectie binnen de IT-branche bij grote ondernemingen en staat sinds 1 februari 2008 ingeschreven onder Het Werkstation ingeschreven in de KvK. Verweerster drijft een onderneming op het gebied van beheren, exploiteren en huren/verhuren van registergoederen. Zij was eerst onder een andere naam actief en heeft sinds 1 maart 2017 haar naam veranderd in Het Werkstation. Zij beheert onder andere een bedrijvencomplex bij het station van Heerhugowaard, waar ondernemers voor langere of kortere tijd bedrijfsruimten kunnen huren.

De kantonrechter overweegt dat uit de omschrijving in het Handelsregister blijkt dat de activiteiten van beide ondernemingen niet geheel vergelijkbaar zijn. De activiteiten van verweerster strekken zich echter ook uit tot verbinden van mensen door het organiseren van netwerkbijeenkomsten.
De kantonrechter verwerpt het standpunt van verweerster dat het publiek in dit geval enkel bestaat uit professionele klanten die direct in staat zijn onderscheid te maken tussen de twee bedrijven. Verzoekster is bijvoorbeeld al benaderd met de vraag of zij ook een vestiging in Heerhugowaard heeft. Ook geeft de kantonrechter in overweging dat het niet alleen grote bedrijven die op zoek zijn naar personeel; het kunnen ook personen zijn die op zoek zijn naar een baan in de IT.

Het kan verweerster worden nagegeven dat ‘werkstation’ een beschrijvende term is. Daar staat volgens de kantonrechter tegenover dat de betekenis die het...

IEPT20170816, Rb Zeeland-West-Brabant, Livreria

$
0
0

Vordering tot erkenning en tenuitvoerlegging van door Moldavische rechter gewezen verstekvonnis afgewezen nu niet is voldaan aan in jurisprudentie ontwikkelde voorwaarden voor toepassing art. 431 lid 2 Rv: niet voldaan aan eisen behoorlijke gerechtelijk procedure nu vonnis pas is betekend nadat het onherroepelijk was geworden en bovendien is gewijzigd zonder dat gedaagde daarvan op de hoogte is gesteld, verstekvonnis vermeldt bovendien niet dat het uitvoerbaar bij voorraad is en het alsnog toegestane hoger beroep is nog aanhangig. Eiser veroordeeld in proceskosten ex art. 1019h Rv: Quasi-exequaturprocedure waarin wordt verzocht om erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissing in het kader van een procedure tot handhaving van een IE-recht valt onder bereik art. 1019h Rv, proceskosten gelet op geringe financiële belang en beperkte complexiteit ingeschat op € 6.000,-.

PROCESRECHT

Eiser is een gepensioneerd elektrotechnisch ingenieur en woonachtig te Moldavië. Eiser heeft diverse boeken geschreven op het gebied van elektronica. Livreria, gevestigd in Nederland, exploiteert een online boekhandel. Volgens eiser heeft deze online boekhandel inbreuk gemaakt op zijn auteursrecht. Op 21 oktober 2014 heeft de rechtbank in Moldavië een verstekvonnis tegen Livreria gewezen en de vorderingen van eiser toegewezen. De rechtbank in Moldavië heeft samengevat geoordeeld dat Livreria inbreuk maakte op de auteursrechten van eiser door zijn boeken op haar website aan te bieden zonder dat daartoe gerechtigd was. Livreria is veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 26.506,04 alsmede tot vernietiging van alle exemplaren van de betreffende boeken. Dit vonnis is op 24 november 2014 in kracht van gewijsde gegaan en op 4 juni 2015 aan Livreria betekend. Livreria heeft op 16 juli 2016 hoger beroep aangetekend tegen het verstekvonnis van 21 oktober 2014. Het Hof in Moldavië heeft toegestaan dat Livreria alsnog in hoger beroep gaat tegen het vonnis. Het Hof heeft het hoger beroep nog niet op inhoudelijke gronden behandeld of daarop beslist. In het onderhavige geding vordert eiser erkenning van het Moldavische vonnis en de hoofdelijke veroordeling van Livreria en van haar vennoten, gedaagden sub 2 en 3 , tot datgene waartoe Livreria bij de Moldavische rechter is veroordeeld; dit alles overeenkomstig 431 lid 2 Rv.

De rechtbank overweegt allereerst dat eiser niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard in zijn vorderingen jegens gedaagden...

Prej. vragen over het ter beschikking stellen van persproducten door commerciële zoekmachine

$
0
0

Zaak C-299/17 VG Media. Prejudiciële vragen. Landgericht Berlin - Duitsland

Auteursrecht. Uit de samenvatting van minbuza.nl: "Verzoeker (VG Media) is een vennootschap die de in §87f van het Duitse wet op het auteursrecht (hierna: UrhG) genormeerde rechten van houders van naburige rechten op het digitale uitgeefaanbod uitoefent jegens gebruikers. Op 01.08.2013 trad in Duitsland het in de UrhG geregelde zogenoemde naburige recht voor krantenuitgevers in werking. Het wetsontwerp heeft geen kennisgevingsprocedure doorlopen overeenkomstig richtlijn 98/34/EG.

Verzoeker sluit met de rechthebbenden de “uitoefeningsovereenkomst televisie, radio, uitgever”, op grond waarvan de rechthebbenden de rechten en aanspraken op door hen vervaardigde persproducten in de zin van de UrhG (online, niet print) exclusief door haar laten uitoefenen. Naar keuze gaat het hier om het recht om delen van persproducten ter beschikking van het publiek te stellen door middel van commerciële zoekmachines en/of het recht om delen van persproducten ter beschikking van het publiek te stellen door middel van diensten die op overeenkomstige wijze content bewerken.

Verzoeker richt zich met haar vordering tegen het feit dat verweerder Google in het verleden tekstfragmenten (snippets) en foto’s uit het aanbod van verzoekers leden voor haar eigen diensten gebruikte zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Om die reden vordert zij vaststelling van een verplichting tot schadevergoeding wegens het gebruik van tekstfragmenten, foto’s en bewegend beeld voor het tonen van zoekresultaten en nieuwsoverzichten sinds 01.08.2013. Daarnaast vraagt zij om informatie en vordert zij schadevergoeding.

[…]

Prejudiciële vragen:

1. Vormt een nationale regeling waarbij het uitsluitend commerciële exploitanten van zoekmachines en commerciële aanbieders van diensten die content bewerken, maar niet andere – eveneens commerciële – gebruikers, wordt verboden om persproducten of delen hiervan (met uitzondering van losse woorden en zeer korte tekstfragmenten) ter beschikking van het publiek te stellen, overeenkomstig artikel 1, punten 2 en 5, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (in de versie van richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998) een regel die niet specifiek betrekking heeft op de in datzelfde punt gedefinieerde diensten, en, indien dat...


Prejudiciële vraag over wijziging van het productdossier bij een beschermde geografische aanduiding

$
0
0

Zaak C-367/17 S. Prejudiciële vragen. Bundespatentgericht - Duitsland

Merkenrecht. Op verzoek van de aanvrager (S) is de benaming “Schwarzwälder Schinken” (hierna: SWS) bij verordening nr. 123/97 sinds 25 januari 1997 geregistreerd als beschermde geografische aanduiding (hierna: BGA) voor “vleeswaren”. De aan de aanvraag ten grondslag liggende omschrijving bevatte geen voorschriften betreffende het versnijden en verpakken van het beschermde product. Verzoeker vroeg om een wijziging van het productdossier betreffende de BGA van SWS op grond waarvan het in plakken snijden en verpakken van de SWS alleen nog kon worden verricht in het productiegebied ervan. Tegen deze voorgenomen wijziging werden drie bezwaren ingediend. Het Duitse patentbureau heeft de aanvraag van verzoeker afgewezen stellende dat de aanvraag niet in overeenstemming was met verordening 510/2006. Ingevolge het door verzoeker tegen deze beslissing ingestelde beroep heeft de onderhavige rechterlijke instantie de beslissing van het patentbureau vernietigd en vastgesteld dat het verzoek om wijziging wel voldeed aan de vereisten van verordening 510/2006. De derde opposant is daartegen opgekomen via een “Rechtsbeschwerde” bij het Bundesgerichtshof, die de beslissing van de verwijzende rechter heeft vernietigd en de zaak naar hem heeft terugverwezen, op grond dat het recht op hoor en wederhoor van de derde opposant zou zijn geschonden. In het kader van de procedure na die terugverwijzing verzoekt de verwijzende rechter het Hof om uitlegging van het toepasselijke Unierecht.

Relevante prejudiciële vraag:


“1. Moet een besluit betreffende een op 15 februari 2007 bij de bevoegde nationale autoriteit (in casu: Deutsche Patent- und Markenamt) [Duitse octrooi- en merkenbureau] ingediend verzoek tot wijziging van het productdossier van een beschermde geografische aanduiding, waarbij met name wordt beoogd dat het in plakken snijden en verpakken van het betrokken product (in casu: Schwarzwälder Schinken) [zwarte woud-Ham] enkel in het productiegebied mag worden verricht, worden vastgesteld krachtens verordening nr. 510/2006, die op het tijdstip van de indiening van de aanvraag van toepassing was, dan wel op basis van verordening nr. 1151/2012, die thans van kracht is op het tijdstip waarop het besluit moet worden genomen? 2) Indien het besluit krachtens de thans geldende verordening nr.1151/2012 moet worden vastgesteld


[...]”

Lees de samenvatting hier.

Google trademark questioned before Supreme Court

$
0
0

Ars Technica bericht: "Is the term "google" too generic and therefore unworthy of its trademark protection? That's the question before the US Supreme Court. Words like teleprompter, thermos, hoover, aspirin, and videotape were once trademarked. They lost the status after their names became too generic and fell victim to what is known as "genericide."

What's before the Supreme Court is a trademark lawsuit that Google already defeated in a lower court. The lawsuit claims that Google should no longer be trademarked because the word "google" is synonymous to the public with the term "search the Internet. The appeals panel said trademark loss to genericide occurs when the name has become an "exclusive descriptor" that makes it difficult for competitors to compete unless they use that name.

Why does any of this matter? The American Bar Association says a trademark "grants the right to use the registered trademark symbol: ®," allows a rights holder to sue for trademark infringement, and "acts as a bar to the registration of another confusingly similar mark."

Gillespie has now appealed his appellate court loss to the US high court. The petition for the Supreme Court to review the lower court's ruling was filed days ago. It may take months before the justices decide whether to take up the dispute."

Lees hier meer.

EPO publiceert eerste editie ‘Unitary Patent Guide’

$
0
0

EPO bericht: “The 1st edition of “Unitary Patent Guide” is now available online. The "Unitary Patent Guide" aims to provide companies, inventors and their representatives with an outline of the procedure involved in obtaining a Unitary Patent from the European Patent Office (EPO) once it has granted a European patent on the basis of the provisions laid down in the European Patent Convention (EPC) [...]

Klik hier om het gehele bericht te lezen en de ‘Unitary Patent Guide’ te downloaden.

Oprichters The Pirate Bay moeten schadevergoeding aan platenlabels betalen

$
0
0

NU.nl bericht: "Twee oprichters van torrentsite The Pirate Bay moeten een schadevergoeding van ruim 400.000 euro betalen aan platenlabels die schade hebben geleden door illegale downloads.

Dat heeft een rechtbank in Helsinki woensdag besloten, meldt de krant Helsingin Sanomat. De rechtszaak werd aangespannen door de internationale muziekbrancheorganisatie IFPI en een Finse anti-piraterijgroep. De oprichters van The Pirate Bay zijn zelf allemaal Zweeds. [...]"

Lees hier meer.

IEPT20170816, Rb Amsterdam, Handelsnamen Zuidas

$
0
0

Geen inbreuk op handelsnaam tandarts door namen die gedaagde als handelsnaam dan wel adword gebruikt: weliswaar kan naast merkhouder ook degene die rechtmatig een handelsnaam voert bepaald adword-gebruik verbieden, maar de handelsnaam van eiser is zeer beschrijvend voor een tandartsenpraktijk aan de Zuidas waardoor deze slechts zeer geringe mate van bescherming geniet, andere woordvolgorde en ontbreken hoofdletter A in Zuidas zorgen bovendien voor voldoende verschil om gebruik te kunnen rechtvaardigen.

HANDELSNAAMRECHT

Kort geding. Geschil tussen twee tandartspraktijken. Volgens eiser maakt gedaagde door gebruik van diens handelsnaam en daarmee overeenstemmende ‘ad words’ inbreuk op zijn handelsnaamrecht.

De voorzieningenrechter overweegt onder meer dat - zoals de houder van een merk een adverteerder kan verbieden om op basis van een zoekwoord dat gelijk is aan of overeenstemt met dat merk reclame te maken voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor dat merk is ingeschreven, wanneer die reclame het de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft afkomstig zijn van de merkhouder of een derde - in beginsel hetzelfde heeft te gelden voor degene die rechtmatig een handelsnaam voert, gelet op de in belangrijke mate overeenstemmende functies in het maatschappelijk verkeer tussen een merk en een handelsnaam, en ondanks de verschillen die tussen beide in juridische zin bestaan.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het geding zich dus toe spitst op beantwoording van de vraag of, als gevolg van het gebruik door gedaagde van de (niet in het vonnis genoemde) handelsnamen en van daarmee overeenstemmende ad words, het voor de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk wordt gemaakt te weten of de diensten die gedaagde aan het publiek aanbiedt, afkomstig zijn van eiser of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel van gedaagde.

Hiervan is volgens de voorzieningenrechter in dit geval geen sprake. De voorzieningenrechter stelt dat de handelsnaam van eiser in zeer hoge mate beschrijvend van aard is en als gevolg daarvan slechts een zeer geringe mate van bescherming geniet. De voorzieningenrechter overweegt dat beschrijvende woorden, zoals met betrekking tot de aard van de desbetreffende onderneming (een tandartspraktijk) of een geografische aanduiding (de Zuidas), niet (kunnen) worden gemonopoliseerd; in beginsel staat het eenieder vrij woorden...

IEPT20170809, Rb Gelderland, WalburgPers v LM Publishers

$
0
0

Boek ‘1000 jaar Sinterklaas’ heeft ondanks gebruik zelfde opmaaksjabloon voldoende afstand genomen van lay-out en vormgeving van boek ‘De Beeldenstorm’: meerdere verschillen in omslag van beide boeken door onder meer ontbreken linnen rug met leeslint en verschil in afbeeldingsgrootte, lettertype in kleur en ook betreft inhoud van de boeken meerdere verschillen in vormgeving en lay-out door onder meer verschil in letterkleur, gebruik afbeeldingen, en kolommenformaat.

AUTEURSRECHT

Partijen zijn beide uitgeverijen van boeken. Volgens WalburgPers maakt LM Publishers met haar publicatie van het boek ‘1000 jaar Sinterklaas’ inbreuk op haar auteursrechten op het boek ‘De Beeldenstorm’ alsmede de gehele serie waarvan dat boek onderdeel uitmaakt. Voor wie denkt: Sinterklaas en de beeldenstorm zijn toch heel andere onderwerpen? Dat klopt. Het gaat in deze zaak om vermeende inbreuk op de lay-out en vormgeving van het boek. Het boek over Sinterklaas zou in eerste instantie bij WalburgPers verschijnen, en dit kader is door WalburgPers het opmaaksjabloon van ‘De Beeldenstorm’ gestuurd. Nadat WalburgPers aangaf het boek niet te willen uitgeven, is het boek ‘1000 jaar Sinterklaas’ uiteindelijk door LM Publishers uitgegeven. WalburgPers stelt dat hiermee sprake is van auteursrechtinbreuk en vordert een schadevergoeding van € 5.000-.

De kantonrechter overweegt dat het boek ‘De Beeldenstorm’ een informatief geschiedenisboek betreft en dat - hoewel de meeste informatieve boeken min of meer volgens hetzelfde stramien zijn opgebouwd veelal een combinatie van foto’s en tekst bevatten - binnen die kaders voldoende ruimte resteert voor creatieve keuzes. Daarbij valt volgens te denken aan de vormgeving en lay-out van de omslag, het formaat, de lay-out van het binnenwerk, het eventuele gebruik van foto’s en andere symbolen, de papierkeuze en dergelijke. Die combinatie bepaalt mede de uitstraling van het boek. Op grond hiervan stelt de kantonrechter dat ‘De Beeldenstorm’ kan worden aangemerkt als een werk in de zin van de Aw en dus voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt.

De kantonrechter oordeelt met betrekking tot de omslagen van beide boeken dat het formaat hetzelfde is, dat op beide omslagen van de boeken een afbeelding is weergegeven en dat de titel van de beide boeken verticaal is weergegeven, in nagenoeg hetzelfde lettertype, alsook dat de achtergrond wit is. Boven de afbeelding is een zinsnede weergegeven, die...

FRAND? Huawei/ZTE in de nationale rechtspraktijk

$
0
0

MP nummer 4, september 2017, p. 19-25, G.J. van Midden en D.M. Mulder: "In dit artikel gaan de auteurs in op de IE-rechtelijke figuur van standaard essentiële octrooien (SEO’s) en de rol die het mededingingsrechtelijke leerstuk van misbruik van machtspositie daarbij speelt. Voor SEO’s geldt dat gebruikers van de desbetreffende technologie een licentie tegen fair, reasonable and non-discriminatory (FRAND) voorwaarden, moeten kunnen afnemen.

1. FRAND licenties

Met zijn arrest van 16 juli 2015 in de zaak Huawei/ZTE heeft het Hof van Justitie van de EU een belangrijke koerswijziging ingeleid op het gebied van ‘FRAND licenties’ en het leerstuk van misbruik van machtspositie, neergelegd in artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het gaat hierbij om licenties op standaard essentiële octrooien (SEO’s) die rusten op gestandaardiseerde technologieën. SEO-houders zijn op grond van het mededingingsrecht gehouden deze licenties tegen “fair, reasonable and non-discriminatory” (ofwel: FRAND) voorwaarden te verstrekken. Waar voorheen de tendens was dat op de partij die van de technologie van een SEO gebruik wilde maken de verplichting rustte om actief de octrooihouder te verzoeken een licentie te verstrekken, is met het Huawei/ZTE-arrest de bal bij de octrooihouder gelegd. Pas wanneer de SEO-houder de inbreukmaker c.q. de licentievrager in kennis heeft gesteld van het feit dat hij gebruik maakt van geoctrooieerde technologie en heeft aangegeven bereid te zijn een licentieovereenkomst onder FRAND-voorwaarden te sluiten, maakt deze octrooihouder, aldus het Hof, geen misbruik van zijn machtspositie door een verbodsvordering in rechte in te stellen. Bovendien mag de SEOhouder deze vordering in rechte pas instellen, indien de vermeend inbreukmaker het SEO blijft gebruiken en niet met bekwame spoed en te goeder trouw gevolg geeft aan het aanbod van de octrooihouder om te onderhandelen over een licentieovereenkomst op FRAND voorwaarden. Er rust dus ook op de licentienemer een verplichting zich welwillend op te stellen.

In verschillende landen, waaronder Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, staan partijen in nationale procedures nu voor de vraag hoe de in Huawei/ZTE geformuleerde toets moet worden toegepast. Met name speelt de vraag, die het Hof van Justitie nog open heeft gelaten, hoe moet worden beoordeeld of een aanbod FRAND is.

In dit artikel zullen wij, na de achtergronden te hebben geschetst van SEO’s,...


IEPT20170718, GEU, Freddo v EUIPO

$
0
0

Merkenrecht. Beroep tegen de vernietiging van inschrijving van het beeldmerk met woordelement ‘FREGGO’ ingeschreven voor waren en diensten van klassen 30 en 43.

Het beroep wordt verworpen. Er is sprake van verwarringsgevaar tussen het nieuw ingeschreven beeldmerk met woordelement ‘FREGGO’, ingeschreven voor o.a. ijs, en het eerder ingeschreven beeldmerk met woordelementen ‘TENTAZIONE FREDDO FREDDO’, ook o.a. ingeschreven voor ijs. De kamer van beroep heeft bij haar beoordeling alle elementen van het bestaande woordmerk in overweging genomen ondanks dat de verzoeker van mening is dat dit niet is gebeurd. Daarnaast heeft de kamer van beroep op goede gronden geoordeeld dat het woordelement ‘FEDDO FREDDO’ een dominant onderdeel is van het eerder ingeschreven beeldmerk onder andere omdat het geen betekenis heeft in het Spaan en Frans. Het woordelement ‘TENTAZIONE’ daarentegen heeft alleen een laag onderscheidend vermogen. De kamer van beroep heeft terecht geoordeeld dat er sprake is van verwarringsgevaar tussen de beeldmerken. Visueel en fonetisch komen de woordelementen gemiddeld overeen. Conceptueel hebben de beeldmerken geen betekenis voor wat betreft het woordelement van het nieuw in geschreven merk en de dominante woordelementen ‘FREDDO FREDDO’ van het eerder ingeschreven merk.

57.Consequently, the Board of Appeal did not err in assessing the degree of distinctive character of the various elements composing the earlier mark and, as a result, in concluding inter alia that, in that mark, it is the element ‘freddo freddo’ that is particularly distinctive, since it has no meaning for French- and Spanish-speaking consumers and that, by contrast, the word element ‘tentazione’ is only weakly distinctive, since it will be perceived by those consumers as a laudatory term alluding to the attractive power of the goods and services in question.

67. The Board of Appeal was also correct in taking the view in paragraph 34 of the contested decision, on the basis of all the findings and assessments that it had made as to the various components of the marks at issue and as to their greater or lesser degrees of dominance or distinctiveness, that the word element ‘tentazione’ and the figurative elements consisting of ice-cream cones gave the earlier mark a semantic meaning that was entirely absent in the other mark at issue, but also in finding that that conceptual difference is not particularly relevant, given the nature of those elements...

IEPT20170720, GEU, Diesel v EUIPO

$
0
0

Merkenrecht. Beroep tegen de weigering tot vernietiging van de inschrijving van het beeldmerk bestaande uit de letter ‘D’, ingeschreven voor waren van klassen 18, 25 en 28.

Het beroep wordt toegewezen. Er zou sprake kunnen zijn van verwarringsgevaar tussen het nieuw ingeschreven beeldmerk bestaande uit de letter ‘D’, ingeschreven voor o.a. kleding en het eerder ingeschreven beeldmerk bestaande uit de letter ‘D’, ingeschreven voor o.a. kleding. Visueel komen de beeldmerken in hoge mate overeen. De beeldmerken geven een vergelijkbare indruk ondanks dat er stilistische verschillen tussen de beeldmerken zijn. Fonetisch en conceptueel zijn de merken identiek omdat de merken beiden verwijzen naar de hoofdletter ‘d’. Er zou dus sprake kunnen zijn van verwarringsgevaar indien de waren waarvoor de merken zijn ingeschreven identiek zijn. De kamer van beroep heeft dit niet voldoende onderzocht dus wordt de zaak terugverwezen. Ook had de kamer van beroep moeten onderzoeken of er sprake is van normaal gebruik van het eerder ingeschreven merk.


75. Furthermore, it must be pointed out that, as has been stated by EUIPO, the Board of Appeal did not compare the goods, taking as its basis the assumption that the goods concerned should be regarded as identical. In addition it did not, thereby following the Opposition Division’s approach, assess the proof of genuine use, which had been provided by the applicant at the intervener’s request (see paragraph 12 above).


T- 521/15 - ECLI:EU:T:2017:536

IEPT20170822, Hof Den Haag, Ruby Decor v Basic Holding

$
0
0

Conclusie 1 van EP 941 voor een ‘artificial fireplace’ is inventief : opgeloste probleem en bereikte technisch effect hoeven niet met zo veel woorden in octrooibeschrijving te zijn vermeld, gemiddelde vakman ziet in dat verbeterde simulatie van rook/vlammen wordt bereikt nu kanalisatie en voortstuwing zorgen dat de damp verder boven het openingenbed uitstijgt, terwijl tegelijkertijd meer ontwerpvrijheid wordt verkregen nu watercontainer ook achter of boven openingenbed geplaatst kan worden, onvoldoende onderbouwd waarom toepassing kenmerkende maatregelen voor de hand liggend zou zijn. Ruby-sfeerhaarden voldoen aan alle deelkenmerken van conclusie 1 en maken derhalve inbreuk: openingenbed (deelkenmerk A) hoeft niet noodzakelijkerwijs meerdere openingen te hebben, openingenbed van Ruby-sfeerhaarden heeft bovendien meerdere openingen, nu de houder een dampuitlaatpoort omvat (deelkenmerk E) en deze zo is aangebracht dat de luchtstromingsweg de houder beneden het van openingen voorziene bed verlaat (deelkenmerk F3) is ook voldaan aan overige deelkenmerken.

OCTROOIRECHT

Hoger beroep tegen (IEPT20160504) waarin de voorzieningenrechter de nietigheidsverweren van Ruby Decor tegen octrooi EP 941 voor een ‘artificial fireplace’, heeft verworpen en daarnaast heeft geoordeeld dat de sfeerhaarden van Ruby Decor vallen onder de beschermingsomvang van (onder meer) conclusie 1 van het octrooi waardoor sprake is van inbreuk.

Ruby Decor stelt in hoger beroep onder meer dat EP 941 niet-inventief geacht moet worden nu in de beschrijving van het octrooi geen probleem wordt beschreven dat door het octrooi wordt opgelost en evenmin hoe dat wordt opgelost. Het hof stelt echter dat het door een uitvinding opgeloste probleem en het bereikte technisch effect niet met zoveel woorden in een octrooibeschrijving hoeven te zijn vermeld. Volgens het hof is voldoende dat de gemiddelde vakman, gebruik makend van zijn algemene vakkennis, bij lezing van de conclusies in de context van de beschrijving en de tekeningen ten tijde van de prioriteitsdatum, het objectieve probleem dat door de geclaimde uitvinding wordt opgelost en daarmee het technisch effect dat met de geclaimde maatregelen wordt bereikt, kan vaststellen.

Hiervan is volgens het hof sprake nu de gemiddelde vakman op de prioriteitsdatum van het octrooi uit de beschrijving zal begrijpen dat de kenmerkende maatregelen van conclusie 1 zorgen voor een kanalisatie en voortstuwing van de damphoudende luchtstroom vanuit...

Dutch Filmworks wil illegale downloaders van films en series aanpakken

$
0
0

RTL Z bericht: "Dutch Filmworks is het helemaal zat dat zijn films en series illegaal gedownload worden. De filmdistributeur opent de jacht op deze overtreders en gaat hen schikkingsvoorstellen van honderden euro's per illegaal gedownloade film of serie sturen.

Het Duitse bedrijf Excipion gaat namens Dutch Filmworks de Nederlandse ip-adressen van illegale downloaders verzamelen. Zo krijgt de filmdistributeur een lange lijst met inbreukplegers, waarna het bedrijf naar de providers stapt om erachter te komen wie er achter een ip-adres schuilgaat."

Lees het volledige bericht hier.

Boek 9 en IP-PorTal mediapartners IP World Summit 2017

$
0
0

Op 25, 25 en 27 september vindt de IP World Summit plaats (voorheen: Global Patent Congress) en dit jaar is Amsterdam de locatie voor dit IE-event met een programma voor en door nationale en internationale IE-specialisten en -leiders.

Van de website: “IP World Summit, formerly known as Global Patent Congress, is a one-stop shop for IP leaders offering a mix of thought provoking and practical sessions now covering a range of approaches to IP protection and monetisation, including patents, trade secrets, designs, copyright, licensing and trademarks.

Designed exclusively for Chief Intellectual Property Officers, Heads of Patents, Heads of IP, IP Managers and Patent Attorneys, IP World Summit provides the opportunity to learn from global leaders about how to balance increasing business interest in your IP portfolio.”

Boek9 en IP-PorTal zijn mediapartners van het IP World Summit.

Naar de website van IP World Summit 2017.


Viewing all 5229 articles
Browse latest View live